HOME

Peter. M. F. Kemp fotograaf

Over mij, Peter M. F. Kemp.

 

© Peter M.F. Kemp.

Exposities: 1984 Groepstentoonstelling Galerie F32 Amsterdam, 1985 Cultureel Centrum Zwolle, 1986 Galerie Kasteel Hoensbroek, 1994 praktijk van dhr. Guldemond

Werkzaamheden voor de broodwinning: 10 jaar als depot leider bij een landelijke keten voor onderhouds- werkzaamheden aan automobielen en de laatste 25 jaar als ergonomisch en arbeidskundig analist.

Fotografie boeit mij zoals velen sinds mijn vroege jeugd. De eerste ervaring met het medium was toen een fotograaf mij als kind vroeg om te poseren voor een ansichtkaart. Al beloning mocht ik onder het zwarte doek op het matglas naar het gekleurde beeld kijken De eerste camera, een Fuji P35 kocht ik in 1964 samen met het bekende pocketboekje van Peter Charpentier. Dit boekje was voor mij de eerste aanzet om mij verder in het medium te verdiepen. Een volgende stap was jaren later een opleiding aan de Ned. Fotovakschool. Al snel kwam ik tot de overtuiging dat ik daar niet geleerd had wat ik zocht. Ik wilde graag fotograaf worden maar dan van een ander soort als waarvoor de fotovakschool opleidt. Wat dan wel, was voor mij zelf moeilijk te verwoorden waardoor een lange zoektocht begon. Die periode leidde tot meer teleurstelling dan goed fotowerk waardoor ik op het punt belande waar uiteindelijk ook veel amateurs terecht komen. Namelijk stoppen met de fotografie of ?

In een artikel in het blad Foto las ik over een stichting in Amsterdam met de naam f32. Deze had naast het exploiteren van een fotogalerie de doelstelling om op academisch niveau les te geven aan fotografen die door omstandigheden niet in staat waren om een dagopleiding te volgen aan een kunstacademie. Deze stichting werd o.a. geleid door Rutger ten Broeke en Blanca Wasowicz. Beiden als docenten verbonden aan de kunstacademie AKI en ook bij f32 actief als docenten. Het was in die tijd dat mijn ontwikkeling als fotograaf een aanvang nam. De belangrijkste vraag: Wie is Peter Kemp als fotograaf en wat is zijn plaats in het kader van de fotografie, werd hier voor een groot deel duidelijk. Nu was het mogelijk om mijn eigen stijl verder te ontwikkelen. Een invloed is door mijn contact met Ruud de brouwer, de werkbesprekingen bij f32 en door het bestuderen van het werk van klassiekers als b.v. Diane Arbus, August Sander, Vivian Maier en Robert Doisneau ongetwijfeld wel in mijn werk aanwezig. Later ontdekte ik tijdens het digitaliseren van mijn oude negatieven met enige verwondering dat ik voorheen ook vaak in de huidige stijl fotografeerde. Toen dacht ik, ik doe maar wat. Ik was me toen niet van enige waarde van die foto’s bewust. Nu vind ik deze zelfs waardig genoeg om ze in mijn portfolio op te nemen. Het hele ontwikkelingsproces was dan ook voor een groot deel een bewustwordingsproces.

Ik fotografeer nagenoeg uitsluitend mensen. Vaak vinden mensen het wel interessant om voor een z.g. kunstfotograaf te poseren. Het maakt hen nieuwsgierig en tegelijk ook onzeker. Liefst spreek ik af in hun eigen vertrouwde omgeving of daar waar ze in ieder geval in een relatie mee staan. De eigen inbreng van het model, hoe hij of zij zichzelf ziet is daarbij van belang. Edward Steichen formuleerde ooit als volgt, A portrait is not made in the camera but on either side of it. Zo wil ik ook mijn eigen visie op wat ik aantref en wat het met mij doet duidelijk in beeld brengen. Ik probeer het moment te vangen waarin het model wel poseert maar toch ook volkomen zichzelf is en het niet mooier wil maken dan het is. Hierdoor en door de uitsnede ontstaat een beeld dat de kijker aan het denken zet en vragen zal oproepen. Vragen die de kijker uiteindelijk wel zal kunnen beantwoorden maar die hem ook langer zullen boeien.

Voor mij heeft de camera sluiter een tweeledig doel. Hij regelt niet alleen de belichting van negatief of sensor. Net zo belangrijk voor mij is dat ik er een uitsnede in de tijd mee kan maken. Net zoals het kader een uitsnede maakt uit datgene wat ik om mij heen zie. Iemand schreef ooit, de 1/125e seconde van de sluiter is een fractie van de eeuwigheid. Het is dat moment waar alles samenvalt en het beeld ontstaat dat ik wil vastleggen. Ik ga daarom ook nooit op pad met een vast omlijnd idee of beeld in mijn hoofd. Ik weet dat zo’n beeld alleen in mijn hoofd bestaat en dat ik het dus nooit ergens zal aantreffen. Meer kijk ik uit naar het toeval. Maar dan in de letterlijke zin. Hetgeen mij toevalt probeer ik op te merken en vast te leggen. Soms heb ik daarbij het geluk dat ik weet wat ik verwachten kan.

Het uiteindelijke doel van mijn werken is een tijdsbeeld scheppen. De tijd, het milieu en de cultuur waarin Peter Kemp leefde en fotografeerde en in een stijl die sterk onder invloed staat van diezelfde tijd, het milieu en de cultuur die mij maakten tot wie ik ben. Ten slotte mag ik hopen dat na mijn leven nog ergens op deze wereld iemand zal zeggen, “Gelukkig hebben we de foto’s nog”.